Esther Polak: Kunnen GPS-data mensen ontroeren?

Published on July 6th, 2012


* * * * * * * * * * * *

Als een van de eerste kunstenaars dook Esther Polak tien jaar geleden met haar project Amsterdam RealTime op GPS als medium. Tegenwoordig houdt ze zich samen met Ivar van Bekkum bezig met Google Earth als medium. Tijdens een gesprek met haar probeer ik achter haar fascinatie voor deze nieuwe media te komen en te horen hoe haar nieuwe samenwerkingen bevallen.

Dit artikel is gepubliceerd in Tubelight online,7 juli 2012

Annet Dekker in gesprek met Esther Polak

Naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van het Nationaal Ballet kreeg choreograaf Ernst Meisner de vrije hand om een unieke choreografie te maken met zestig fotogenieke Canta’s; de populaire of juist tot ergernis leidende rode invalidewagentjes. Het Nationale Canta Ballet vond plaats op 28 juni in het Westerpark in Amsterdam. Die avond rijden de Canta’s uit heel Nederland de Gashouder binnen om gezamenlijk te gaan walsen. Als ik op de website kijk naar aanvullende informatie kom ik tot mijn verrassing een aantal GPS-video’s tegen van walsende Canta’s.

De video’s zijn gemaakt door het kunstenaarsduo Esther Polak en Ivar van Bekkum. Als een van de eerste kunstenaars dook Esther tien jaar geleden met haar project Amsterdam RealTime op GPS als medium. Tegenwoordig houdt ze zich samen met Ivar bezig met Google Earth (GE) als medium. Tijdens een gesprek met haar probeer ik achter haar fascinatie voor deze nieuwe media te komen en te horen hoe haar nieuwe samenwerkingen bevallen.

Annet Dekker (AD): Te beginnen met het Nationale Canta Ballet, wat is jullie rol hierin?

Esther Polak (EP): Onze inbreng staat dit keer heel erg in dienst van de performance. Het kader van wat er verteld moet worden is daarmee heel duidelijk. In de laatste paar jaar zijn we enorm veel te weten gekomen over de mogelijkheden van geografische datavisualisatie en die gaan wij nu op verschillende manieren inzetten.

Wat er op de website plaatsvindt is een soort remake of herhaling van mijn eerdere project Amsterdam RealTime, maar nu voor een groot publiek. Ivar en ik hadden al langer de wens om een keer met een choreograaf samen te werken aan de GPS-routes. De choreograaf heeft een wals ontworpen op basis van de psycho-geografie en alle Canta-eigenaren in Nederland zijn uitgenodigd om die wals, op een compositie van Scanner, te rijden. Een aantal hebben wij opgenomen met een GE logger en dat zijn hele mooie visualisaties geworden.

Bij de voorstelling in de Gashouder wilden we graag het gevoel overbrengen dat alle Canta’s uit Nederland richting het Westerpark Amsterdam rijden. Uiteindelijk is besloten om op zes grote schermen routes weer te geven; enkele worden ingezoomd waarbij je de wals van de Canta’s in hun eigen buurt ziet rondrijden op de maat van de wals. Het mooie is dat in iedere buurt een andere tekening tevoorschijn komt. Van deze verticale blik gaan we op een gegeven moment over naar een vogelvluchtperspectief zoals we dat gedaan hebben in een eerdere film, dus het gaat van 2D naar 3D en dan zie je de ‘Canta-bollen’ richting het Westergasterrein rijden.

AD: De stap van GPS naar GE kan ik enigszins volgen; kort door de bocht gaan beide over plaatsgebonden gegevens.Toch heeft GE heeft nog veel meer mogelijkheden, bijvoorbeeld als sociaal platform.

EP: Wij vinden GE met name daarom interessant, het is een massamedium dat opeens door heel veel mensen gebruikt wordt. De enige manier om die ruimte te verkennen is door het als medium te gaan zien en er werk in te maken. Ik vind het interessant dat zo’n cartografisch massamedium ontstaat en dat je dat kunt gebruiken. De Bosatlas is net zo goed een medium, maar door de vorm die het had kon je er veel minder zelf mee doen. GE is een openbaar platform dat iedereen kan gebruiken om informatie uit te wisselen, hierdoor is ‘de atlas’ ineens een medium geworden. Veel mensen plaatsen ook YouTube video’s erop, waardoor het eigenlijk een soort geografisch journaal of krant wordt.

Still uit het Nationale Canta Ballet (2012) Credits: Esther Polak en Ivar van Bekkum

Still uit het Nationale Canta Ballet (2012)
Credits: Esther Polak en Ivar van Bekkum

AD: Sinds een paar jaar bekijken jullie hoe je GE kunt gebruiken om verhalen te vertellen, documentaires te maken – eigenlijk breng je het terug naar het oudere medium van film. Hoe gaan jullie daar mee om?

EP: Eigenlijk vrij opportunistisch, we zijn op dit moment vooral nieuwsgierig naar alle mogelijkheden en GE is een ideaal podium om onze fascinatie voor GPS-registraties, het vastleggen van mobiliteit, uit te proberen. Bij onze eerdere GPS-werken speelden herinneringen een grote rol. De GPS-registraties zijn te vergelijken met fotografie en film, waarbij het ook gaat om het vastleggen van de realiteit als herinnering. Fotografie en film hebben zich ondertussen ontwikkeld op hele andere vlakken, onder ander het vertellen van verhalen, drama etc., en wij vragen ons nu af of GPS een vergelijkbare potentie in zich heeft – iets dat we nu misschien nog niet zien of herkennen.

Kan iets abstracts als GPS data verhalend of juist autonoom beeldend zijn? Kunnen GPS-data mensen ontroeren? Dit zijn totaal verschillende benaderingswijzen, maar we willen beide kanten gaan onderzoeken en kijken hoe ver we komen en wat we ontdekken, wat je ervoor nodig hebt. In GE kunnen we eindeloos experimenteren met visualisaties, waarbij we gebruik maken van conventies en esthetiek uit film en fotografie, maar ook uit cartografie en landschapsverbeelding.

AD: Kun je een voorbeeld noemen, hoe gaat dit eruit zien?

EP: Tijdens een masterclass van MediaFonds/Sandberg hebben we in samenwerking met documentairemaker Corinne van Egeraat drie verschillende films in elkaar gezet. Met name Airborn is goed gelukt en krijgt veel reacties. Je ziet daarop de duikvlucht van een parachutespringer. De vlucht of route is weergegeven in rode bollen, en door daar met de virtuele camera in GE andere kanten te laten zien krijgt het een hele eigen en krachtige dynamiek. Aan de ene kant is er de suspense van de val en door de omkering van de camera zie je een abstractie van alle ballen die heel erg poëtisch is omdat je terugkijkt naar waar je vandaan komt. Je blijft het spoor, de herinnering, zien wat iemand heeft afgelegd, en die bollen verbeelden dat op een interessante manier.

AD: Die omkering in de film is heel interessant, het moment dat de suspense vervangen wordt door abstractie. Tegelijkertijd proberen jullie ook meer autonoom en abstract werk te maken in GE, bijvoorbeeld het project What’s done cannot be undone, een experimentele datafilm die in de traditie van landschapskunst staat.

EP: Ja dat klopt, omdat GE nog zo’n nieuw medium is willen we niet nu al een vaste artistieke keuze maken; we zitten nog midden in een proces. En dat proces verandert steeds zodra we weer met iemand anders werken, omdat er steeds andere vragen gesteld worden. What’s done cannot be undone was een vraag van Julie Dassaud van Kulter voor Bolo K, een kunstroute in Amsterdam West. Julie gaat er vanuit dat alles op basis van notaties gezien kan worden. Zij had onze visualisatie in Google Earth van heliumballonnen gezien en zagen daar ook een relatie met muzieknoten in – alsof er muzieknoten door de lucht vliegen. Ze nodigden ons uit om met componist Huba de Graaff te werken. We wilden een verhaal vertellen over het Eramuspark waarbij we twee kenmerken van het park naar voren wilden halen, de mix tussen Engelse landschapsstijl en Franse tuinarchitectuur en het contrast tussen stedelijke en landelijke geluiden.

Daarna zijn we gaan nadenken vanuit de partituur; wat is het en hoe kunnen we die interpreteren? De partituur heeft vier coupletten waarin steeds dezelfde gebeurtenis plaatsvindt, en met ieder nieuw couplet komen er meer bollen omhoog uit het park. Omdat de camera vier keer rondom het park gaat verschijnen de bollen steeds net anders omdat ze niet helemaal gelijk lopen met de gebeurtenis. Je vliegt er dus steeds anders omheen waardoor je de gebeurtenis net vanuit een andere kant ziet. Als je de sculptuur helemaal wilt snappen moet je er dus steeds opnieuw naar kijken.

Still uit AIRBORNE (2010)
Credits: Esther Polak en Ivar van Bekkum

AD: Jullie lijken vooral de conventies van film uit te proberen. In hoeverre gebruiken jullie de esthetische kwaliteiten van het medium?

EP: Het is interessant om te zien dat je bij een documentaire besluit om klassieke filmconventies uit te proberen waardoor mensen dat zien en herkennen en de potentie ervan zien. Maar we gebruiken GPS-data ook om prints of sculpturen te creëren. Het gaat dan niet om de verbeelding van een route die gemaakt wordt, maar om het creëren van een vorm. Door te werken met andere mensen ontstaan er steeds weer nieuwe ideeën en vormen. De parachute-film was bijvoorbeeld op meerdere vlakken erg interessant en heeft veel nieuwe aanknopingspunten opgeleverd.

AD: Maar gaat het dan niet snel toe naar vormgeving, praktische toepassingen of vertalingen maken?

EP: Ja, maar tegelijkertijd geeft het ons de mogelijkheid om weer nieuwe dingen te ontdekken en bedenken, wij willen bijvoorbeeld graag een 3D-sculptuur maken van zo’n parachute sprong, met een 3D-printer, en dan het liefst in brons. We hebben eerder ook tekeningen gemaakt met opdikkende inkt zodat ook blinde mensen routes konden voelen. Dat is het leuke van werken met zo’n nieuw medium dat het een dat je doet leidt tot volgende ideeën en je kunt dat proces niet helemaal van te voren bedenken. Het veld wat nog ontdekt moet worden is nog zo breed en wij proberen daar steeds kleine stukken van uit.

Het voordeel is ook dat we nu met z’n tweeën zijn waardoor we veel meer aankunnen. Het gaat sneller en wordt esthetisch zorgvuldiger afgewerkt. Toen ik nog alleen werkte was ik op een gegeven moment klaar met een project. Het komt op zo veel verschillende manieren door je handen en door de tijdsdruk heb je geen tijd om afstand te nemen waardoor een laatste afwerking vaak niet meer gedaan wordt. Daarvoor heb je een frisse blik nodig.

AD: Is dat ook eigen aan jullie manier van werken, meer proces dan object gericht?

EP: Voor een groot deel wel. Als je binnen ‘mediakunst’ werkt wil je steeds opnieuw dingen helemaal van het begin af uitvinden, van het coderen tot het zoeken naar een manier waarop je het allemaal kunt financieren. Je bent op heel veel verschillende lagen, vaak tegelijkertijd, aan het innoveren en tegen de tijd dat het dan eindelijk werkt heb je een nieuw idee, dat soms ook uit het proces voortkomt, en wil je weer iets anders doen. De laatste stap naar een perfecte presentatie bleef dan vaak hangen. Juist ook omdat je van pionieren houdt en niet van inlijsten. Nu we met z’n tweeën werken kun je taken en aandacht verdelen en wordt alles uiteindelijk zorgvuldiger.

De introductie van de tv-uitzending van het Nationale Canta Ballet is hier te bekijken: http://vimeo.com/45185575


* * * * * * * * * * * *

T O    T O P